Jos Lindhout aan Jos Baeten email


Bron: stelling.nl

Geachte heer Baeten,

Als reactie vanuit de zijde vanuit ASR op een door FD jongstleden vrijdag gepubliceerd artikel, mocht ondergetekende via de pers vernemen dat ASR juridische stappen tegen ondergetekende denkt te moeten ondernemen.

De reactie vanuit ASR via de pers verspreid luidde hierbij als volgt:

de in de aangifte geuite beschuldigingen zijn volkomen ongegrond. ASR onderneemt juridische stappen tegen de indiener van de aangifte

Een verbijsterende reactie en wel om de navolgende redenen:

Ondergetekende heeft aangifte gedaan op de in mijn bezit zijnde stukken, alsmede een mondelinge toelichting van de derde waarmee u een gesprek gevoerd heeft omtrent het “dossier Lindhout” op 10 maart 2014.
Dat dit gesprek inderdaad plaatsgevonden heeft, is door uw advocaat Bohmer bij mail van 23 maart jl. gericht aan mijn advocaat de heer mr. H.Nieuwenhuizen ook daadwerkelijk bevestigd.
De inhoud van het gesprek is mij bekend en betrof de persoon van ondergetekende.
Daar deze wetenschap op geen enkele wijze te rijmen is met de door u afgelegde verklaring onder ede dd 3 juli 2014, is door ondergetekende op woensdag 25 maart alsmede 27 maart jl. dmv aanvullende verklaring aangifte gedaan.

Na overleg met mijn advocaat, vormde e.e.a. (mede n.a.v. de door ons in gang gezette bodemprocedure) aanleiding tot het doen van de aangifte.

Tevens wil ik u er op attenderen dat door ondergetekende alle vormen van zorgvuldigheid in deze in acht genomen zijn.

Reeds op 4 maart jl. heb ik mijn ASR gesprekspartners tijdens mediation, de heren van Daalen en Diemeer, buiten geheimhouding van mediation, verzocht met u persoonlijk een afspraak te mogen hebben omtrent deze problematiek.

Ik dacht u op faire wijze persoonlijk deelgenoot te maken van deze problematiek, met als achterliggende reden dat ik niet op ongenuanceerde wijze karaktermoord wilde toepassen zonder u de kans te gunnen zich te verweren.
Ik weet immens d.m.v. eigen ervaringen hoe pijnlijk e.e.a. is, zeker als dit totaal ongegrond is.

Op 10 maart jl. is bij monde van de heer van Daalen, en voorafgaand aan het mediationgesprek, aangegeven dat U geen behoefte had aan een gesprek met ondergetekende betreffende de mogelijk door u gepleegde meineed.
Tevens heb ik op 10 maart jl., tijdens dit zelfde gesprek, de heren van Daalen en Diemeer de inhoud van de mij ter beschikking gestelde mails geciteerd, ook buiten mediation.

Daar ik van de zijde van ASR niets meer vernomen heb, richt ik mij per mail van vrijdag 13 maart jl. nogmaals tot u met copie aan de heer van Daalen alsmede mijn advocaten.

Hierin verzoek ik u nogmaals een gesprek in overweging te nemen.

Op maandag 16 maart jl. 11.55 u reageert de heer van Daalen naar ondergetekende, alsmede mijn advocaten, met o.a. de navolgende mededeling: “voor de volledigheid wijzen wij u op de verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst en de mediationovereenkomst en behouden wij ons alle rechten voor. Daarnaast wijzen wij u erop dat, indien u naar het oordeel van A.S.R. valse aangifte(n) doet, A.S.R. gepaste tegenmaatregelen zal nemen”. Tevens diezelfde middag neemt mijn advocaat de heer Nieuwenhuizen per mail contact op met uw advocaat de heer Bohmer, en deelt hem mede dat, in het kader van de in voorbereiding zijnde bodemprocedure, door ondergetekende op korte termijn aangifte gedaan zal worden van meineed.

Bij mail van 16 maart 15.59 u reageert uw advocaat met oa wederom dreigementen indien ondergetekende een “valse” aangifte zou doen.

Bij mail van 18 maart jl. 08.32u geeft mijn advocaat aan uw advocaat de heer Bohmer nadere informatie m.b.t. de vanuit A.S.R. verzonden mails mbt de afspraak met u van 10 maart 2014.

Wij vernemen niets vanuit uw zijde tot maandag 23 maart jl. 16.51u d.m.v. mail van uw advocaat Bohmer. O.a. wederom dreigementen iz een mogelijk “valse” aangifte.

Op dinsdag 24 maart 14.21 u stuurt mijn echtgenote een persoonlijke mail aan de heer van Daalen waarin vooral de intimidatiepogingen van uw advocaat het onderwerp van ongenoegen zijn.

Dit mailverkeer tussen ons en de heer van Daalen zal eindigen op vrijdag 27 maart 17.58 u, waarbij (louter en alleen) de intimidatiepogingen onderwerp van gesprek zijn.

Ondertussen is er op 25 alsmede (aanvullend) 27 maart door ondergetekende aangifte gedaan.

U kunt mij derhalve alles verwijten, maar niet een gebrek aan zorgvuldigheid.

A.S.R. d.m.v. uw ondergeschikten alsmede uw advocaat hebben m.b.t de problematiek rondom uw verklaring hier reeds sinds 4 maart jl. (!!) weet van.

Het is derhalve nogal gewrocht in de pers te veinzen hiervan geen weet te hebben gehad cq te “overvallen” zijn door de aangifte.

U en uw organisatie hebben reeds langere tijd weet van e.e.a., en A.S.R. had geen enkele behoefte om hiervan kennis te nemen d.m.v. het door ons gedane verzoek tot een gesprek met u.

De uitlatingen in de pers m.b.t. het artikel c.q. de vanuit zijde A.S.R. te nemen vervolgstappen tegen ondergetekende zijn derhalve totaal ongeloofwaardig c.q. onacceptabel.

Wij zien deze (in de pers geventileerde) juridische “vervolgstappen” derhalve als regelrechte “smaad” en zullen daar juridisch correct direct op reageren.

Ik kan mij, d.m.v. mijn uitgebreide ervaringen met A.S.R., niet onttrekken aan de gedachte dat er binnen A.S.R communicatief in dit dossier nogal eens iets fout gaat.

Persoonlijk aan u gerichte mails waarin wij getracht hebben u op de hoogte te brengen van de in uw organisatie levende misstanden,waarbij totaal ten onrechte (externe) slachtoffers vallen, worden door u “ongelezen” doorgestuurd naar uw advocaat.

Althans, dat is uw lezing in het voorlopig getuigenverhoor.

Helaas kunnen wij ons absoluut niet voorstellen dat een CEO, als (functioneel) direct verantwoordelijke voor de veroorzaker van deze (onnodige) ellende, hiervan schijnbaar op geen enkele wijze kennis cq verantwoordelijkheid neemt.

Wij kunnen ons ernstig vergissen, maar zeker in het kader van verantwoord en derhalve fatsoenlijk ondernemen, kan het niet zo zijn dat een CEO er alleen voor “het zang en dans gebeuren” zit en toestaat dat zijn organisatie al ruim 7(!!) jaar slachtoffers weigert een fatsoenlijke en faire dialoog aan te gaan anders dan door juridische procedures.

En zoals bekend, praat ik m.b.t. bovenstaande zeker niet alleen in mijn eigen belang.

De ongeveer 12 (mede) naar uw persoonlijk gestuurde mails spreken wat dit betreft boekdelen m.b.t. zeer schrijnende situaties van ook andere slachtoffers in dit dossier.

Ondergetekende weet uit eigen ervaring hoe “vervelend” het is om ten onrechte slachtoffer te worden van onterechte “karaktermoord”.

Ook u heeft het recht om zich o.a. tegen onwaarheden te verdedigen zowel persoonlijk alsook uw organisatie A.S.R.

Deze publicitaire oorlog doet niemand goed en kost veel tijd.

In het kader van een faire en transparante discussie wil u derhalve uitnodigen om, bij voorkeur deze week, de (publicitaire) discussie te voeren voor een panel van een 6 a 7 tal journalisten van verschillende media.

Ik denk dat deze journalisten heel goed in staat zijn hun eigen conclusies te trekken m.b.t. de onderhavige problematiek.

Uw mogelijke suggesties in deze zijn van harte welkom.

Ik nodig u/A.S.R. derhalve van harte uit deze discussie gezamenlijk te voeren, en zie uw antwoord gaarne uiterlijk morgenmiddag 15.00u via mijn advocaat tegemoet.

Mocht u hier niet in mee gaan en A.S.R. denkt zich achter advocaten/woordvoerders te kunnen verschuilen, dan is dat heel nadrukkelijk de keuze van A.S.R.

Ook in deze kunnen wij het niet eerlijker maken.

Met sportieve groet,
Mede namens andere betrokkenen,

Jos Lindhout

Dank voor je reactie!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s